Van Maoïstische secretaris-generaal tot criticus van het Kremlin

Door Christie Miedema

Zo beroemd als Rudi Dutschke is hij nooit geworden, zeker in niet in Nederland. Maar zijn levenswandel was niet minder markant. Precies twee maanden geleden overleed Christian Semler op 74-jarige leeftijd. Zijn levensverhaal is het verhaal van de ontwikkeling van West-Duits links, maar met extremen. In de jaren zeventig prees hij Mao en Pol Pot. Nog geen decennium later bond hij de strijd aan met Oost-Europese politici als Sovjetleider Brezjnew en de Poolse generaal Jaruzelski. De ‘kameraden’ voor wie hij kort geleden nog een al te overdreven linkse dogmaticus was geweest, wonden zich kort daarna op over zijn ‘rechtse’ standpunten. Tot aan zijn dood was hij uiteindelijk een gerespecteerd redacteur van  de linkse Berlijnse tageszeitung (taz).

‚Christian Semler verkörperte die Achtundsechziger, im Guten wie im Schlechten,’ schreef Der Spiegel na zijn dood. ‚Vom Protagonisten des anarchistischen Flügels der Studentenbewegung in West-Berlin verwandelte er sich in den Generalsekretär einer maoistischen Partei, bevor er als Journalist zum linken und grünen Demokraten wurde.’ Deze bijzondere levenswandel aan linkerzijde van het politieke spectrum begon in de SDS (Sozialistischer Deutscher Studentenbund), waar hij Rudi Dutschke leerde kennen. Toen het massale protest van 1968 zijn revolutionaire wensen niet had kunnen bevredigen, besloot Semler zijn hoop te leggen in de creatie van een revolutionaire avant-garde. Hij werd oprichter van één van de kleine dogmatische communistische partijtjes die de West-Duitse geschiedenis in zouden gaat onder de naam K-Gruppen. Een goede reputatie heeft die naam niet. Lees verder

7 februari 1988: onvrijwillig in het Westen

Bärbel Bohley bij de grote demonstratie in Oost-Berlijn op 4 november 1989. Afb.: Bundesarchiv, Bild 183-1989-1104-045

Bohley demonstreert op 4-11-1989 in Oost-Berlijn. Afb.: Bundesarchiv, Bild 183-1989-1104-045

door Christie Miedema

‘Bis ich mich hier durchfinde, muss ich noch einmal so alt werden. Es ist eben eine andere Gesellschaft.’ Bärbel Bohley, Oost-Duits burgerrechtenactiviste, was toen ze dit in haar dagboek schreef vier weken in West-Duitsland, maar kon haar verwondering nog niet op. Op 7 februari, vandaag 25 jaar geleden, verliet zij tegen haar wil de DDR waar zo velen met grote risico’s uit vluchtten. In de Bondsrepubliek vond ze geen alternatief.

Samen met Bohley werden nog zes prominente leden van de Oost-Duitse vredesbeweging het land uitgezet. Ook Lotte en Wolfgang Templin, Stephan Krawczyk, Freya Klier, Werner Fischer en Ralf Hirsch moesten weg, terwijl ze, in tegenstelling tot vele landgenoten, de DDR juist niet wilden verlaten.

Dat zij desondanks ausgebürgert werden, een lot dat voor hen enkele andere onwelgevallige Oost-Duitse activisten had getroffen, was een gevolg van een reeks gebeurtenissen die startte op 17 januari 1988. Op deze dag, de traditionele herdenking van de dood van de communistenleiders Rosa Luxemburg en Karl Liebknecht, was de officiële door de staat georganiseerde demonstratie opgeschrikt door een demonstratie van zogenaamde Ausreisewilligen. Het kwam tot arrestaties en de demonstranten werden in feite uiteindelijk beloond met wat ze wilden: de mogelijkheid een nieuw leven op te bouwen in het Westen.

Deze demonstratie had het gewenste effect gehad op hen die de DDR wilden verlaten, maar het zou ook zijn effect hebben op een groep activisten die had besloten niet deel te nemen. Lees verder