‘Duitsland, Solidarność en het laatste decennium van de Koude Oorlog’

solidarnosc_flickr_covilha

Afb.: Flickr/covilha/cc

door Christie Miedema

Grijs en koud was het afgelopen vrijdag in Amsterdam en de sneeuw hield niet op met vallen. Geen ideale omstandigheden om een wetenschappelijke bijeenkomst te organiseren. Eén van de voornaamste sprekers werd door het annuleren van de KLM-vluchten uit Berlijn verhinderd te komen en veel van de toehoorders waren door de NS bang gemaakt om in de trein te stappen. Toch was het ook wel toepasselijk: sneeuw en ijs bij een bijeenkomst over Polen. Vooral omdat de gebeurtenis waarom de middag in feite draaide, vandaag 31 jaar geleden, plaatsvond op net zo’n koude, naargeestige decemberdag.

Op 13 december 1981 werd in Polen de staat van beleg uitgeroepen. In 1980 was in dat lang na wekenlange stakingen de eerste vrije vakbond van het Oostblok ontstaan en na ruim vijftien maanden van uitzonderlijke ontwikkelingen, bleek het in december 1981 genoeg geweest voor de Poolse communisten. De activisten van de vakbond Solidarność werden gevangen gezet en het hervormingsproces in Polen werd opgeschort.

Westerse landen waren geschokt en reageerden verontwaardigd. Die verontwaardiging kon echter maar met mate worden geuit. In de late jaren zeventig was de wapenwedloop tussen Oost en West hervat en waren de verhoudingen tussen de twee supermachten tot het nulpunt gedaald. De meningen over hoe in tijden van spanning met het fenomeen Solidarność en de onderdrukking ervan omgegaan moest worden, verschilden sterk in het Westen. Een deel van de politici verwelkomde de Poolse gebeurtenissen als een legitieme uiting van de Oost-Europese vrijheidswensen en als een aantasting van de macht van de Communistische partij. Vooral in West-Duitsland bestond echter de angst dat Solidarność de verhoudingen in Europa nog verder op scherp zou zetten en misschien zelfs de wereldvrede zou bedreigen.

‘Duitsland, Solidarność en het laatste decennium van de Koude Oorlog’ heette de bijeenkomst waarin Robert Brier (DHI Warschau), Bernd Rother (Willy Brandt Stiftung) en ik ons licht zouden laten schijnen over West-Duitse, Nederlandse en Franse reacties op Solidarność. Die titel had mij een heftige discussie met een collega opgeleverd. Het ‘einde van de Koude Oorlog’ wilde hij in de titel opgenomen hebben. Daarin had hij geen ongelijk. Solidarność was immers het begin van het einde geweest en in november 1989 was het decennium inderdaad met de val van de Muur geëindigd. Toch voelde het niet goed. Op 13 december 1981 hadden veel mensen het gevoel gehad dat er een einde in zicht was, maar eerder het einde van de hoop, dan het einde van het communisme. De geschiedenis had in de jaren tachtig nog open gelegen. Nog in de late jaren tachtig waren mensen wanhopig naar het Westen gevlucht omdat ze geen einde zagen aan de heerschappij van het communisme in het Oosten.

Robert Brier, die gelukkig al enkele dagen voor archiefonderzoek in Amsterdam had doorgebracht en daarmee de sneeuwblokkade had omzeild, sloot zich hierbij aan. De jaren tachtig zouden niet alleen vanuit hun einde bezien moeten worden, maar als belangrijk decennium op zich, zoals de jaren zeventig ook worden gezien. Dat was dan ook wat de sprekers en de aanwezigen zichzelf ten doel stelden.

Het beeld van de jaren tachtig dat op deze middag geschetst werd, was er één van onzekerheid en politisering. De spanningen waren groot in dit decennium, op internationaal niveau en in de samenlevingen zelf. Het gevoel van crisis was alomtegenwoordig. De waarneming van Solidarność in Polen in Westers links, bleek uiteindelijk meer te maken te hebben met het zelfbeeld van links in het Westen dan met een daadwerkelijke waarneming van ‘de ander’ in Oost-Europa. De eigen ideeën over vrede, socialisme en zelfbestuur werden als wishful thinking op Oost-Europa geprojecteerd. Dat deze ideeën vaak niet met de waarheid overeenstemden, omdat men in de Oost-Europese oppositie veel meer geïnteresseerd was in mensenrechtenstrijd dan in vrede of socialistische hervorming, kon of wilde men vaak niet begrijpen.

Andrew Oppenheimer van de Universiteit Maastricht, specialist op het gebied van de West-Duitse vredesbeweging in de jaren zestig en zeventig, stelde dat de jaren tachtig inderdaad in een cruciaal punt verschilde van deze eerdere decennia. In de jaren zeventig was de discussie in westers links vooral gegaan over ‘vrede’ ten opzichte van ‘geweld’. Dit veranderde in de jaren tachtig: ‘vrede’ tegenover ‘mensenrechten’ werd het nieuwe discussiepunt. Ondanks dat de discussies over Polen in het Westen grotendeels over de eigen identiteit in het Westen leken te gaan, had daarmee de confrontatie met de andere opvattingen in de oppositie in Polen wel degelijk het discours veranderd. Al voordat de Koude Oorlog echt ten einde was, kwamen zo Oost en West met elkaar in contact en in discussie.

Lees op Duitslandweb een interview met Christie Miedema over haar promotieonderzoek >>

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s